1978 Jaap – proloog

Muziek Express, contactadvertentie

Welke lieve, betrouwbare jongen (16-20) wil, na serieuze correspondentie, kennismaken met eenzaam meisje (16). Eigenschappen: verlegen, serieus, eerlijk en romantisch. Geen uitgaanstype. Brieven onder nummer 3554.

Achteraf heb ik spijt van de typering “geen uitgaanstype”. Ik wil juist dolgraag uit, maar de mogelijkheden liggen niet voor het oprapen en mijn moeder is streng. Ik verzucht: “Als ik maar niet alleen brieven van saaie jongens krijg”. Dat valt mee:
“Ik heb alle 63 brieven doorgelezen. Een brief in het bijzonder pakt me het allermeest. (…) Letterlijk álles uit zijn brief voel ik aan. Alles! Jaap heet hij, Jaap van den Berg. Zijn brief is een eerlijke ontboezeming, vol verwachting en enthousiasme. Jaap is de jongen op wie ik gehoopt heb.”

En zo begon het, mijn proloog met mijn man. Terugkijken op 1978 is een omvangrijke klus. Ik herlees 22 brieven van Jaap. Die van mij aan hem zijn helaas niet bewaard gebleven. Ik val terug op enkele kladversies en mijn dagboeken als schatkist van gevoelens en ervaringen. Het is lastig om de juiste invalshoek te vinden voor deze blog. Ga ik het over mijn moeder hebben (als immer aanwezige schaduw)? Of over mijn eerste echte seks? Beschrijf ik mijn emotionele afhankelijkheid? Of waag ik me aan een analyse waarom het niet mocht duren? Ik wil veel in een korte tekst proppen.

Op 21 maart 1978 schrijft Jaap zijn eerste brief aan mij. Al vanaf het prille begin voelen we ons innig verbonden, niet meer eenzaam. Er volgen drie maanden van frequent briefverkeer. We voeden elkaars verlangen met veelbelovende woorden en gaan daarin steeds een stapje verder.

Op 24 juni ontmoeten we elkaar voor het eerst. Jaap rijdt met zijn geliefde Yamaha van Hellevoetsluis naar Fijnaart, 63 kilometer. Dat is best ver. De afstand tussen onze woonplaatsen maakt de verkering niet vanzelfsprekend. Die eerste dag zijn we beiden geneigd meteen in elkaars armen te vallen, maar dat durven we niet. We tasten voorzichtig af.

Al na twee bezoekjes laat mijn moeder zich gelden. Jaap is niet van onze kerk (hij is van helemaal geen kerk) en dat is een probleem. Meteen zet ik mijn hakken in het zand. Van onze relatie moet iedereen afblijven!
“Mijn moeder maakt enorme heisa over geloof en kerk. Het is afschuwelijk. Jaap is niet welkom meer hier, als hij zich niet aanpast wat kerk betreft. Moeder wil dat we uit elkaar gaan. Maar ik doe het niet. Nooit! Weer die leegte, die eenzaamheid, oh nee, nooit. Nu is het tijd haar te gehoorzamen, anders gaan we eraan. Als Jaap dat maar inziet. (…) Als het uit moet ga ik in hongerstaking. Als het uit moet zal ik ze krijgen!”
Jaap capituleert. Hij heeft het er moeilijk mee (respect moet van twee kanten komen), maar gaat zich aanpassen. Concreet betekent dit dat hij mee naar de kerk gaat als hij op zondag bij ons is. Op een zaterdag heen en weer rijden, is niet te doen bij regen en wind.

Vlagen van onzekerheid teisteren ons. Tussen twee brieven in kunnen we zomaar de wanhoop nabij zijn. Eenmaal de volgende brief in handen, zijn we opgelucht en blij. Privé bellen lukt moeilijk (vast toestel op de gang respectievelijk in de woonkamer). Het is wachten en veel geduld hebben.

Zwaarmoedigheid troef, maar: “Ook veel gelachen.” We liggen in een deuk om ‘Dik Voormekaar’. Jaap neemt cassettebandjes mee die we samen luisteren. “We lachen samen veel.”

Ma staat er pas twee jaar alleen voor. Ze weet niet zo goed hoe ze met mij om moet gaan. Gaandeweg stel ik me steeds onbereikbaarder op. Ik zit in een cocon en laat me niet zien. Om niet meteen oom K als voogd in te schakelen, roept ze advies in van mijn oudere broer en zus. Zij ontpoppen zich als hulpouders, helemaal omdat onze moeder weer een ziekenhuisopname wacht. Zolang ma opgenomen is, mag ik hem niet zien, zo heeft de ‘ouderraad’ besloten.

“Ik ben een egoïste. M’n zus zei het me recht in mijn gezicht en m’n moeder en W denken het. Wat ik er zelf van denk? Nou, het is waar. Ik denk alleen maar aan Jaap en mezelf. Als wij maar rustig gelukkig kunnen zijn. Bah, wat laag van mezelf. Wat egoïstisch. Maar toch verander ik mezelf niet. Daar word ik niet gelukkiger op. Jaap is de enige die me neemt zoals ik ben. Verder barst iedereen van de kritiek op mij.”

Ik kruip terug in mijn heerlijke bubbel, waar ik zo mijn eigen problemen heb op te lossen. Om te beginnen iets waar ieder meisje mee zit: hoe voorkom je een zwangerschap? Gaandeweg wordt dit vraagstuk urgenter. Jaap volgt mijn tempo.
“Vrijen betekent erg veel voor me”, schrijf ik. Vooralsnog bedoel ik daar tongzoenen mee. Bij mijn moeder onder dak, kunnen we niet verder gaan. Bij Jaap thuis gaat het er heel anders aan toe. Ik bewonder zijn jonge moeder, indertijd pas 38 jaar. Zolang we beneden zijn, ben ik stil en verlegen, loop ik als een hondje achter Jaap aan. Dat is anders als we alleen zijn. Op zijn slaapkamer gaat het allemaal echt gebeuren. Zo spannend krijg je het nooit meer.

“Seks is geen hoofdzaak, maar ik besef nu dat het een wezenlijk deel van een echte liefde is.”
Jaap en ik vinden onze lichamelijke ontdekkingsreis allebei geweldig en gaan nog meer in elkaar op dan we toch al deden. Regelmatig vallen we uit onze zelf gecreëerde hemel. Somberte regeert op aarde. Tussen de brieven en ontmoetingen door, worden we gek van verlangen.

Met mijn moeder heb ik er sowieso een probleem bij. Na het geloof komt nu ook een dreigende bevruchting ter sprake. Als schrikbeeld haalt ma een dochter van kennissen aan: zwanger in 4-Havo, getrouwd op haar zeventiende. Eerlijk gezegd lijkt die toestand me niet eens zo verschrikkelijk, want ik zie alleen maar Jaap en onze toekomst. Een door mij gewenste werkelijkheid afdwingen is me niet vreemd.

Gelukkig hoeven de bruidsklokken in 1978 nog niet te luiden, maar dat is meer geluk dan wijsheid.

Heel subtiel komen er scheurtjes in de verkering. Jaap heeft last van alle beperkingen en verlangt naar meer vrijheid. Hij stimuleert mij in opstand te komen en eens flink boos te zijn. Dat lucht op en is goed voor mijn ontwikkeling, meent hij. Ik ben toch meer iemand van schikken, meebewegen en intussen mijn eigen weg zoeken. En dat is dan niet de weg van de harde confrontatie.

Jaap is op zijn achttiende een individualist met een zwartgallige visie op de wereld. Zijn sombere inborst deert me niet, interessant juist. Ik vind het heerlijk om zo serieus mogelijk de liefde met Jaap te beleven. Ik schrijf: “mijn vrolijke leven heb ik afgesloten”.
Nu schrik ik daarvan, maar ik meende toen dat ik van een oppervlakkig leven met uiterlijke schijn verlost was. Meer diepgang is altijd goed, toch?
“Nu zal ik voorgoed serieus zijn en alleen maar achter dingen staan die echt zinvol zijn.” (…) “ Jaap en ik, wij zullen ons afzetten tegen de huidige maatschappij. En samen zullen we iets zinvols, iets sterks opbouwen. Zo voel ik het.”

Ik volg de ideeën van Jaap, plooi me in onze relatie, dein mee op zijn ritme. Achteraf is dit de kern van het einde. Mijn eigen persoonlijkheid zit te veel verstopt. Ik leef via hem.

‘Ineens’ is het over. Op 6 december 1978 schrijft Jaap een voor mij onbegrijpelijke brief. Ik ben toch zijn ideale meisje niet, concludeert hij. Ineens ben ik te serieus en hij vrijgevochten. Ik moet niet zo pessimistisch zijn. Lees ik dit goed? Hij zou brede interesses hebben, terwijl ik alleen maar thuiszit. En mijn moeder is zo gek nog niet. “Praat nou eens goed met haar!“ “Ik begin me steeds minder vrij te voelen”, gaat Jaap verder. “Ik kan niet meer doen waar ik zin in heb.”
Het is pijnlijk allemaal. Onze verkering begon bij hem te knellen. Voor mij knelde het helemaal niet. Waar zijn alle lieve woorden gebleven en wat betekende seks eigenlijk voor hem?

Een paar weken lang ben ik op het suïcidale af (dramatisch op papier dan). Een maand later denk ik al voorzichtig aan het zetten van een nieuwe advertentie en krijg ik gevoelens voor een klasgenoot. Platonisch, maar toch. Een vaste relatie met een jongen blijft mijn ideaal. Ik floreer alleen naast iemand anders kennelijk. Wie ben ik? Wie was ik?

In 1978 staat de leeftijd waarop mensen staatkundig volwassen zijn nog op 21 jaar. “Er is een wetsvoorstel ingediend om de leeftijd van meerderjarigheid te verlagen tot 18 jaar. Dat moeten ze dan maar gauw behandelen en goedkeuren, want dan kan ik over ruim een jaar al doen wat ik wil.”

Wat wil ik dan? De weg naar zelfstandigheid is lang. Begin 1979 zit ik in 5-Havo. Ik leer me suf, soms wel 7 uur per dag. Ik krabbel overeind en leer in april René kennen, het eerstvolgende lange hoofdstuk in mijn leven.

1 gedachte over “1978 Jaap – proloog”

  1. Wat een tijd! 1978 is bijna 50 jaar geleden….. Toch waren de ontmoeting en die maanden met jou de dierbaarste tijd uit mijn jeugd. Ik leerde echte liefde kennen. Ik kon het alleen nog niet op waarde schatten. En was kennelijk nog te onrustig.
    Ik ben je zo dankbaar voor de prachtige periode en dat maakt ons huwelijk nu, zo uniek en mooi.
    We horen bij elkaar! ❤️

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven