1981 Jaap – intermezzo

Ik ga vreemd met mijn ex en toekomstige man, verenigd in dezelfde persoon: Jaap. We zijn er niet trots op. Het is september 1981, mijn laatste jaar bij de bank en mijn derde jaar met René. Hij zit in dienst nadat hij zijn opleiding in de autobranche met een diploma heeft afgerond. Ik bivakkeer tijdelijk in de leegstaande woning van mijn zus. Dagelijks brommer ik heen en weer van Numansdorp naar mijn werk in Fijnaart. Ik voel me onrustig en beraam plannen om mijn leven een andere wending te geven.

René weet geen raad met mijn gevoel opgesloten te zitten in mijn eigen bestaan, niet vrij te zijn. Hij valt stil als ik in een labiele, sombere stemming ben. Er komt geen verlossend antwoord. Hij maakt me liever aan het lachen, versterkt mijn zelfvertrouwen en bemint mij toegewijd. In mijn dagboek lees ik:

“Ik heb nog steeds een prima, gelukkige verhouding met René. Daar valt niet zo heel veel over te vertellen. We kabbelen tevreden voort”.

En dan is er ineens een verrassing. Tijdens mijn vakantie op Ibiza krijgt mijn moeder bezoek van Jaap. Na een uur theedrinken is hij weer vertrokken. Ik was er immers niet. Als ik thuiskom vertelt ma erover. Ik hoor haar verhaal hoogst geïnteresseerd aan en laat er geen gras over groeien.

Jaap vindt het leuk dat ik zo enthousiast reageer op zijn visite. Onze eerste insteek is afspreken, bijkletsen, om misschien wel gewoon vrienden te worden. Ik twijfel aan mijn intenties rondom dit plan. De ontmoeting vind ik spannend. Ik vertel niemand over mijn geheime afspraak. De alarmbel in de verte negeer ik.

De eerste bezoekjes gebeurt er niets, tot mijn ongenoegen.

“Nu Jaap twee keer geweest is, ben ik eigenlijk teleurgesteld dat hij zo echt uitsluitend op vriendschap gericht is. Dat laat hij aan alles merken. Ik, dromer die ik ben, fantaseer hoe het zou zijn als hij iets meer zou voelen. Alleen leuk en aardig gevonden worden, vind ik niet genoeg. Ik wil bevestiging. Ik wil vuur!”

Om meer de diepte in te gaan, beken ik Jaap dat ik met René niet over alles kan praten. Jaap biedt zich aan als luisterend oor. Hij heeft geen bijbedoelingen. Nee, écht niet. Ik heb ze des te meer. Op een avond smoor ik zijn verhandelingen over muziek, zijn breedsprakige verhalen over zijn motor en zijn stellige meningen in de kiem. Ik kus hem en sleep hem mijn bed in. Daarmee wakker ik alles aan wat we in ons hebben aan liefde voor elkaar.

Toch is het geen succes. Jaap heeft onmiddellijk spijt en is zelfs kwaad op zichzelf. Ik ben gefrustreerd over het resultaat van mijn actie. De opwinding is van korte duur en biedt geen oplossing voor wat dan ook. Integendeel. René is hopeloos verdrietig en is zijn vertrouwen in mij kwijt. Ik vind bij Jaap wat ik bij René mis, maar het voelt niet veilig.

Jaap en ik zijn geschrokken en proberen er schriftelijk een eind aan te breien. Er volgen zo ongeveer zes afscheidsbrieven vol dubbele boodschappen en verwarrende gevoelens. Het is een en al aantrekken en afstoten tussen ons.

Jaap mist mijn weerwoord. Hij is zelfverzekerd en omschrijft zichzelf als een positief persoon. De wereld mag dan niet deugen, zelf moet je volop en vrijuit leven, poneert hij. Jaap zou dat ook graag bij mij zien. Hij schrijft over zijn ideale type: “hart op de tong, gevoel voor humor, knap en ook nog eens kritisch naar hem”.

Het is een rommeltje. Jaap houdt van mij, is weer volop aan het fantaseren na onze amourette, maar meent uitdrukkelijk dat het niets kan worden. Hij is met andere meiden gaan schrijven, waaronder een motorrijdster. Aan die dame kan ik niet tippen. Over het afstellen van een versnelling heb ik niets te melden.

Citaat Jaap: “Ik moet keihard zijn, anders komen wij niet los van elkaar”.

Zijn opstelling maakt me boos. Wat denkt hij wel! Ik vind het nogal hoogdravend allemaal. Bepaalde beweringen over mij slaan nergens op. Hoezo heb ik geen humor? En hij positief? Er is veel af te dingen op alles wat hij zeker lijkt te weten. Hij jaagt me terug in de armen van René, mijn veilige haven.

Ik dien hem van repliek. Dat komt aan. Op 1 maart 1982 betuigt Jaap spijt in zijn laatste emotionele brief: “Je bent gewoon de enige echte voor mij (…), ik wil met jou verder. Niemand anders dan jij kan me echt gelukkig maken”.

Uiteraard voel ik me vereerd, maar ik twijfel niet. Ik bel hem op om te zeggen dat ik voor René kies. Dat vindt Jaap moeilijk te verwerken. We plannen daarom toch nog een allerlaatste afscheidsontmoeting. Waarom in vredesnaam? Ik blijf met vuur spelen.

“Jaap heeft nog steeds invloed op me. Ik kan me moeilijk van hem losmaken. Soortgelijke gevoelens heeft hij ook en daarom hebben we overal een dikke punt achter gezet. Dat is het beste.”

Het afscheid (begin maart) zorgt weer voor nieuwe herinneringen die blijven spoken. Ik lees in mijn dagboek dat ik de rest van 1982 nog moest denken aan juist die avond. Maar goed, het is nu echt klaar, ook voor Jaap.

“Met René is het na mijn bekentenis weer snel goed gekomen. Een bewijs voor mij dat hij echt om me geeft en ware liefde voor me voelt.” (…) “René is zo lief en betrouwbaar dat het gewoon onbeschoft is om hem ontrouw te zijn. Ik zal het niet meer doen.”

René is een eerlijke, oprechte en nuchtere jongen. Hij vult me aan, is mijn rustpunt, maakt me gelukkig. We leven harmonieus samen. Gaandeweg wordt onze relatie intenser. Ik beschrijf scenes in mijn dagboek die getuigen van passie, tederheid en aandacht. Hij geeft me alles wat hij in zich heeft. We komen (na een half jaar) slechts een keer op de kwestie terug:

“Echte liefde. Ik begon weer te huilen, nu niet van geluk, maar uit schaamte. ‘Ik schaam me dood, hoe heb ik het kunnen doen. Ik heb je zo’n verdriet gedaan’. Hij wist wat ik bedoelde. ‘Oh jij gekkerd, daar denk ik niet eens meer aan, dan moet jij het helemaal niet doen’.”

Ik zweer dat ik onze relatie voor altijd op waarde zal schatten. Veiligheid is een groot goed. “Het moet uit zijn met dat dwaze gedroom van me”.

Professioneel handel ik anders, want ik sta op het punt de veilige Rabobank in te wisselen voor het studentenleven. Ik ben twintig, het wordt eens tijd. Op de Sociale Academie krijgen dromen en idealen vrij spel. Het volgende deel van mijn memoires (periode september 1982 tot juni 1986) gaat erover.

1 gedachte over “1981 Jaap – intermezzo”

  1. Weer goed geschreven! Je hebt het in het juiste vaatje gegoten. Knap hoor. En, inderdaad, ik ben niet trots op die periode…..🤔

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven