“Is alles goed gegaan Annie? Het was wel spannend hè, nu de dokter in het begin toch niet zo erg enthousiast was!”
Opgetogen lees ik kraampost van tante R. Ze feliciteert haar vriendin Annie met de geboorte van haar derde kind. Het is eind 1961. Annie was mijn moeder. Het verhaal achter bovenstaande zinspeling hoor ik jaren later.
Na de komst van haar dochter M in 1955 en haar zoon W in 1957, krijgt mijn moeder een miskraam. In die tijd praat men daar niet over. De jonge gelieven lijden in stilte. De dorpshuisarts schrijft ‘rust’ voor. Hier bedoelt de plaatselijke autoriteit mee dat mijn ouders een volgende zwangerschap moeten uitstellen. Behoedzaam seksueel verkeer dus, want men moet het zonder betrouwbare anticonceptie zien te rooien.
1988: in een openhartige bui vertelt ma mij dat ze al binnen drie maanden na de verloren vrucht opnieuw in blijde verwachting was. Een steels lachje speelt om haar lippen. Mede door haar trotse blik bij deze anekdote, heb ik me altijd gewenst gevoeld. Ik ben tegen doktersadvies in toch verwekt en kwam ter wereld bij liefhebbende ouders. Herinneringen bedriegen soms, maar ma heeft niet zomaar iets verzonnen. Dat blijkt uit de terloopse opmerking van mijn tante in haar felicitatiebrief. Het historische bewijs van een gezegende start van mijn leven is hiermee geleverd. Innig tevreden voel ik me over de comfortabele basis die ik kreeg, de existentiële zekerheid dat ik er mag zijn.
Begin 1993 krijg ik zelf een miskraam. Teleurstellend, maar niet onoverkomelijk. Mijn reactie is berustend en nuchter, zoals vaak. Ik wil zo snel mogelijk door. De verloskundige schrijft me geen rust voor, wel een maandje pauze om de datum van de komende bevalling goed te kunnen uitrekenen. Heb ik me eraan gehouden? In december is J geboren, even gewenst als ik was.
Mijn sixties tellen vanaf mijn geboorte in december 1961 tot eind 1969, dan ben ik net 8 jaar. Gearchiveerde documenten uit die periode vertellen dus vooral het verhaal van mijn ouders. Als ik 2 jaar ben, krijg ik mijn broertje P. Door het relatief geringe leeftijdsverschil, staat hij vaak met mij op de foto. Spelen, naar school lopen, we doen veel samen. In die jaren hebben we nog geen televisie, geen telefoon en geen auto. De wereld is klein.

Als zesjarige verhuis ik naar een dijk verderop. Mijn ouders vragen hulp van buren en stallen alle huisraad op een boerenkar. De foto spreekt boekdelen:

In 1969 wordt op het nieuwe adres aan de Drogedijk 22a een jongetje geboren: mijn broertje A. Zo tuimelen vader, moeder en vijf kinderen 1970 in.

Maaike, weer een mooi inkijkje in jouw leven. Je zo geliefd weten is goud waard.
Ik herinner mij ook vele mooie momenten aan de Drogedijk.
Mooi geschreven Maaike! En een geliefde, goede en zuivere jeugd met veel liefde is denk ik de beste basis doe ouders aan kinderen kunnen geven. Een cadeau wat ze de rest van hun leven profijt van zullen hebben alsmede de generatie daarna, omdat je het me eigen kinderen ook wilt geven….
De wereld was klein, maar leek eindeloos!
Alweer mooi omschreven en geschreven. Wat een totaal andere manier van leven. Zo fijn als je je zo geliefd voelt!!
Kan hiervan genieten. Veel is wel bekend bij mij natuurlijk, maar mooie herinneringen. ook wij kwamen de dagen door zonder TV, auto en telefoon. Heb er ook alleen maar goede herinneringen aan.