Op bezoek bij een 92-jarige

De zus van mijn moeder (overleden in 2020) heet T. Ze is 92 jaar. Sinds de uitvaart van mijn oom J heb ik haar niet meer gezien. Dat is 5 jaar geleden. Te lang vind ik. Als ik nog iets wil met de in haar opgeslagen kennis, moet ik in actie komen. Ik voel schroom om te bellen, stel het uit. Weet ze wel wie ik ben? Ligt ze ziek op bed? Krijg ik haar überhaupt te pakken? Ik heb ook het telefoonnummer van haar oudste dochter (mijn nicht W), maar wil niet te veel gewicht geven aan mijn voorgenomen visite. De drang om mijn alleroudste familielid op te zoeken is ingegeven door nostalgisch familiegevoel. Maar dan moet ik wel eerst iets afspreken. Dat lukt. Nog dezelfde week sta ik bij haar op de stoep.

“Je hebt echt de ogen van je vader”, roept tante T uit als we in de deuropening staan. Door haar spontane uiting voel ik me weer kind. Mijn vader is al in 1976 overleden, dus wie staat nog dichtbij genoeg om over deze gelijkenis een uitspraak te kunnen doen? Een 92-jarige tante is daarvoor de aangewezen persoon, zo blijkt. Ik weet precies waarom ik hier ben en stap blij naar binnen.

De kamer is rommelig. Overal staan foto’s, de driezitsbank is voor de helft ingenomen door fotoalbums en opengeslagen boeken, de uitnodiging voor haar 60-jarige bruiloft (2015!) staat nog op tafel. Ze serveert me koffie en chocoladecake.

Ik heb een fotoboek meegenomen dat ik maakte toen mijn moeder (Annie, haar zus) 20 jaar getrouwd was met haar tweede man. Daarin figureren ook voorouders. Er zijn een paar iconische foto’s zoals deze:

Ik wil weten wie iedereen is. Eigenlijk weet ik meer dan de helft al, maar het is een goede smoes om tante T aan de praat te krijgen. Zo hoor ik over Wim, Dries en Koos, broers van mijn oma. Het meisje in het geruite jurkje blijft naamloos. Tante T kan het feitje niet opdiepen uit haar geheugen. Zij is destijds jong overleden, weet ik dan weer van mijn oma, die ook Maaike heet (tweede vrouw van rechts, achter mijn overgrootmoeder).

Ik verneem de namen van zussen van mijn overgrootmoeder: Kee en Jans. Ik drink de informatie op als ware het sleutels om een code naar een verborgen verleden te kraken.

“Volgens mij had je moeder al eerder een inzinking”, laat tante zich ontvallen. ‘Eerder’ wil zeggen, voor ze weduwe werd, voor mijn vader dood onder aan een dijk werd gevonden. Ja, bevestig ik, daar weet ik helaas meer van. Het gegeven psychisch fragiel te zijn, kleurt tante in door op te merken: “Ik hoor je opa nog zeggen: ze heeft die dingen van mij, en ook zijn moeder had er last van”. De zenuwen van enkele voorouders waren niet sterk. Dat wist ik al en ook dat ik mij er aldoor tegen verzet en gehard ben op dit punt.

Tante T was weleens jaloers op haar zus. “Annie kreeg een keer zomaar een fototoestel. Waarom krijgt zij dat en ik niks?”, vraagt ze aan haar vader. Mijn opa verklaart bij die gelegenheid dat mijn moeder vaak iets mankeert en daarom iets extra’s krijgt. Tante T heeft het later begrepen, maar vond als kind dat haar zus werd voorgetrokken. Het sterke kind, dat zich toch wel redt, heeft het nakijken en moet maar begrip hebben voor de zwakkere in het gezin. Interessant!  Je kunt zo’n anekdote, hoogbejaard en wel, blijkbaar nog zo voor de geest halen!

Andere dingen gaan minder makkelijk. Zo weet mijn tante niet precies hoe oud mijn moeder is geworden (88) en staat haar niet helder voor de geest welke leeftijd mijn neef en nichten hebben. Is W nu al 70 of moet ze dit nog worden? De leeftijd van haar jongste kind reconstrueert ze door te melden dat zij 10 jaar scheelt met de oudste. Dat maakt indruk op mij, om niet meer te weten hoe oud je kinderen zijn! Ik veronderstel dat ze details over haar kleinkinderen en achterkleinkinderen al helemaal niet meer kan bijhouden. Misschien weet je, eenmaal stokoud, ook niet meer precies welk kind van wie is?

Het leven is lang en ingewikkeld.

Met verhalen van tachtig jaar geleden heeft mijn tante minder moeite. Zo blijkt ze als twaalfjarige vier maanden in Denemarken te hebben verbleven. Ik wist dat niet en vind het een spannend verhaal. Als kind had T zweren op haar benen die niet overgingen. Diverse klachten kwamen voor, zo vlak na de oorlog. In die tijd kon de huisarts ziekelijke kinderen via een uitwisseling naar het buitenland sturen. Mijn oma was heel goed met de huisarts, vertelt tante T met een knipoog. “Hij kreeg weleens een karbonaadje mee naar huis.” T zou eerst naar Zwitserland mogen, maar daar gingen alleen kinderen naar toe die “het meer op de ademhaling hadden”. Haar zweren werden kennelijk gekoppeld aan Denemarken. Heel bijzonder! Mijn tante heeft haar leven lang contact gehouden met de Deense familie.

Tante T weet niet of mijn moeder ook ergens heen mocht intussen. Ze weet ook niet wat haar zus Annie deed als zij met haar vader meeging om hem met boerenwerk te helpen. Ze vertelt dat ze de hele Achterdijk af moesten fietsen naar de betreffende akker, ook als het hard waaide. Mijn opa gaf haar dan de aanwijzing schuin achter hem te blijven trappen om de minste wind te vangen. Ik vind dat een zorgzaam gebaar in harde tijden. En je kind onthoudt het!

De huishoudelijke hulp van mijn tante heeft intussen de ramen gezeemd en komt nu binnen om zelf een bakkie te doen. Ik vraag haar of ze een foto van ons wil maken. Dat doet ze enthousiast. Het klikt meteen. Ik denk: zie mij hier eens huiselijk zitten, diep in Brabant aan de koffie, en maar kletsen.

Als de hulp naar boven verdwijnt om te stofzuigen, gaat het verhaal verder.

Opoe van D is de moeder van mijn oma (en de oma van tante T). Als kinderen gingen mijn moeder Annie, mijn oom Arie en zijzelf vaak naar haar toe als mijn oma ‘uit werken’ ging. Oma maakte schoon bij familie B. Opoe kreeg bij het oppassen hulp van haar dochter Jo (meest rechts op de foto). Mijn oudtante is nooit getrouwd, woonde thuis en paste dus op de kinderen van haar zus. “Tante Jo was altijd de pineut”, zegt tante T nu. Dit alles speelde zich af in Kalishoek, het verlengde van de Achterdijk, bij Zevenbergschen hoek.

Ik hoor geen consistente geschiedenis, laat staan een chronologische vertelling. Losse snippers verleden dalen op mij neer, net als de vlokken kapok en veren uit de kussens, die opstoven als wij kleinkinderen op de logeerbedden sprongen. Tante T herinnert zich de ergernis van haar vader over zijn vrouw die alles goed vond, als de kleinkinderen het tijdens de logeerpartijen maar naar hun zin hadden. Mijn herinneringen zijn springlevend: we speelden mens-erger-je-niet, er was een schommel in het schuurtje en mijn oma vond inderdaad alles goed. Ze was een warm en goed mens, een steun voor mijn moeder, ook later.

Anno 2026 woont mijn tante T. nog steeds in haar vertrouwde huis te V. Tweemaal per week gaat ze naar een dagbesteding genaamd ‘Samen de dag door’ bij boerderij de Molenvelden. Ze hebben daar jonge kalfjes vertelt mijn tante. Maar, mocht je daar vertedering bij voelen, “je hebt er niets aan”, vertrouwt ze me toe, “ze liggen in elkaar gerold te slapen tot ze naar de slacht moeten”.

Ook een 92-jarige hou je niet voor de gek.

We nemen afscheid met een dikke knuffel. De afgelopen uren waren voor ons beiden waardevol. Tante T bedankt mij voor de meegebrachte chocolaatjes, maar het meest nog voor mijn bezoek. Ze doet iedereen de groeten!

3 gedachten over “Op bezoek bij een 92-jarige”

  1. Maaike,
    Wat goed dat je de stap tante T. Te bezoeken eindelijk genomen hebt. Ook eerlijk dat je erbij schrijft dat het vooral was om je verlangen te bevredigen wat meer van je voorouders te weten te komen. 😉
    Zelf heb ik het contact met haar wel onderhouden en bezocht haar ook al een paar keer. Ik voel dat ik dit moet doen voor mijn vader, haar broertje en jouw oom Arie die in 2018 is overleden.
    Steeds weer krijg ook ik veel mooie verhalen van haar te horen. En ja, vooral die oude verhalen. Het heden is jammer genoeg lastig geworden voor tante T.
    Zou het meisje in het geruite jurkje misschien Teuna of Teuntje geweest kunnen zijn?
    Er is mij namelijk iets bekend dat er twee zussen waren die TBC hadden en daarvoor ergens zijn gaan kuren. Maar die Teuntje en Cornelia zouden niet oud geworden zijn.

    1. Arianne,
      Het meisje in het geruite jurkje is dan Cornelia, nu jij die naam laat vallen. Dat stond mij ook bij, maar ik wist het niet zeker. Teuntje staat in het midden van de foto. Het kuren vanwege TBC brengt tante T te berde in combinatie met tante Jo. Voor haar werd destijds het huis van opoe gemoderniseerd, door ramen aan te brengen die open kunnen.
      Ach ja, het is misschien allemaal triviale informatie. Voor iemand van buiten de familie zal dit niet interessant zijn, maar daarbinnen geeft het juist verbinding. Althans, zo voel ik het.
      Groeten, Maaike

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven